ALGEMENE VOORWAARDEN EN REGLEMENT 't HAAS­JE RECREATIEPARK BV 

Deze voorwaarden en reglementen zijn van toepas­sing op de kampeer­overeenkomst van ’t Haasje recreatiepark b.v. te Dorst, voor het gebruik van vaste en seizoen plaatsen.

Artikel 1: Definities
In het vervolg van dit reglement wordt verstaan onder:
a.  vakantieverblijf: tent, vouwkampeerwagen, kam­peerauto, (sta)ca­ravan, bungalow, zomerhuisje of chalet;
b.  plaats: elke, bij de overeenkomst nader aan te geven, plaatsings­mogelijkheid voor een vakantiever­blijf;
c.  vaste (stand)plaats: een plaats die is inge­richt om gedurende het gehele jaar een (sta)cara­van, bungalow, zomerhuis of chalet te plaatsen (onge­acht de periode van gebruik);
d.  seizoenplaats: een plaats die is ingericht om gedurende de periode 01 april tot 30 september een toercaravan of bungalowtent te plaatsen (ongeacht of men wel of niet gebruik maakt van de mogelijkheid tot winterstalling);
e.  ondernemer of kampleiding: ’t Haasje recreatiepark b.v. die de (vaste) plaats ter beschikking stelt;
f.  recreant: degene die met de ondernemer de over­eenkomst inzake de (vaste) plaats aangaat;
g.  vervangende recreant: een voor de ondernemer redelijkerwijs aan­vaardbare recreant, die bereid is voor dezelfde duur of langere termijn een nieu­we overeenkomst te sluiten die betrekking heeft op de (vaste) plaats;
h.  stacaravan: een caravan die niet voldoet aan de eisen die in het wegenver­keersreglement worden gesteld aan aanhangwagens en die alleen met speci­aal vervoer over de openbare weg vervoerd mag worden;
i.  aansluitkosten: kosten voor de aansluiting van het vakantiever­blijf op een reeds bestaand leidingennet;
j.  aanlegkosten: kosten voor aanleg van toevoer­leidingen tot op de plaats (gas, elektriciteit, water, riool, centrale antenne etc.);
k. gedragsregels: regels omtrent het gebruik van het vakantiever­blijf en het gebruik en gedrag op het recreatiepark.
l. winterperiode: is de jaarlijks terugkerende periode van 01 november tot 15 maart daaropvolgend, dat is de periode waarin het niet is toegestaan om het vakantieverblijf als zodanig te gebruiken, tenzij hiervoor een schriftelijk toestemming voor is aangevraagd en verkregen.

Artikel 2: Inhoud overeenkomst
1. De recreant gaat met de ondernemer een overeenkomst aan voor een bepaalde periode.
2. De recreant is contractant, de overige ingeschreven personen zijn niet gerechtigd om contractueel vastgelegde voorwaarden ter discussie te brengen of van rechtswege te betwisten.
3. Voor jaarplaatsen eindigt deze periode ieder jaar van rechtswege op 31 december. Deze overeenkomst wordt na afloop hiervan telkens automatisch verlengd voor de duur van één jaar onder de dan geldende voorwaarden, tenzij partijen bij het aangaan van de overeenkomst uitdrukkelijk schriftelijk zijn overeengekomen dat de overeenkomst op een bepaalde datum zal eindigen.
4. Voor seizoenplaatsen eindigt deze periode ieder jaar van rechtswege op 30 september. Deze overeenkomst wordt niet automatisch verlengd. Indien de recreant het daaropvolgende seizoen wederom gebruik wilt maken van dezelfde seizoenplaats dient hij/zij dit schriftelijk mede te delen aan de kampleiding voordat het lopende seizoen is verstreken (30 september). De nieuwe overeenkomst gaat dan, eventueel met winterstalling in vanaf 01 oktober daaropvolgend.
5. De ondernemer stelt voor recreatieve doeleinden aan de recreant ter beschikking: de overeengekomen plaats met het recht daarop een vakantieverblijf van het overeengekomen type te plaatsen en te gebruiken door de ingeschreven personen. Niet ingeschreven personen mogen niet overnachten.
6. De recreant of de ingeschreven personen mogen het vakantieverblijf niet gebruiken voor permanente bewoning. Gedurende de periode één november tot vijftien maart van elk jaar mag de recreant geen gebruik maken of overnachten in het vakantieverblijf. Hiervan mag uitsluitend worden afgeweken na schriftelijke toestemming van de ondernemer.
7. Gedurende de winterperiode is de toegang tot het park geblokkeerd. Indien u het vakantieverblijf tijdens de winterperiode wilt bezoeken, voor b.v. onderhoud, dan kan dit uitsluitend tijdens de openingstijden van de receptie. Dit kan maximaal 2 keer per maand.
8. De ondernemer is gerechtigd om gedurende de winterperiode de energieleverantie (gas, water en elektriciteit) af te sluiten.
9. Het is de recreant verboden om zich, op het adres van het recreatiebedrijf, te laten inschrijven in de gemeentelijke basis administratie (GBA). Overtreding van dit verbod wordt door beide partijen gekwalificeerd als een ernstige tekortkoming die ontbinding van deze overeenkomst rechtvaardigt.
10. Indien de ondernemer een redelijk vermoeden heeft dat de recreant het kampeermiddel wil gebruiken voor onrechtmatige doeleinden is de ondernemer gerechtigd de recreant te weigeren.
11. De recreant mag bij vervanging alleen een vakantieverblijf van dezelfde aard of soort en nagenoeg dezelfde afmetingen plaatsen mits deze voldoet aan de dan geldende voorwaarden.
12. De overeenkomst wordt gesloten op basis van de door de ondernemer aan de recreant verstrekte informatie, folder(s) en/of ander reclamemateriaal.
13. Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

Artikel 3: Deugdelijkheid en veiligheid
1. De recreant is verantwoordelijk voor de elektriciteit-, gas-, water-, centrale antenne- en rioolinstallatie in het door hem ge­plaatste of gekochte vakan­tiever­blijf, alsmede op de door hem gehuurde vaste plaats, dusdanig dat deze voldoen aan de voorwaar­den van het betref­fende nutsbedrijf en/of de nor­men van de NEN van het Neder­lands Normalisatie-instituut. De ondernemer heeft het recht om in het vakantieverblijf van de recreant de deugdelijkheid en veilig­heid van de aanwezige elektriciteit-, gas-, water-, centrale antenne- en rioolinstalla­tie te controleren of te laten controle­ren. Indien de kampleiding constateert dat de technische installatie niet voldoet aan de gestelde eisen, behoort de recreant dit binnen twee maanden te verhelpen of te laten verhelpen door een vakbekwaam persoon. Eventuele controle door derden is voor rekening van de recreant. De verant­woording van de diverse installaties heeft met name betrek­king op verstopping van de riole­ring tot aan het ontstop­pingsstuk en het bescha­digen van leidingen en/of kabels door onachtzaam gedrag (b.v. graven, palen in de grond slaan op het leidingentracé). De recreant is tevens verantwoordelijk voor de gevolgschade aan gasnet, elektriciteitsnet, centrale antennenet, water en rioolleidingen als gevolg van ondeskundig handelen vanuit zijn vakantieverblijf. B.v. bij het plaatsen van een drukverhogingsapparaat op het waterleidingnet, het foutief aansluiten van elektrische apparaten of gastoestellen waarbij er mogelijk een retourbelasting kan ontstaan, enz.
2. De ondernemer is aansprakelijk voor storingen tot aan het vakantieverblijf, m.a.w.:
*voor water betekent dit tot aan de stopkraan met watermeter,
*voor elektriciteit tot aan de eerste onderbreking in de voedingskabel vanaf de Kwh-meter en  
  zekeringautomaat,
*voor gas tot aan de gaskraan bij of onder het vakantieverblijf,
*voor riolering tot aan het ontstoppingsstuk op de staanplaats en
*voor centrale antenne tot aan de eerste onderbreking in de voedingskabel.
De aansprakelijk vervalt als de ondernemer een beroep kan doen op overmacht of als deze het gevolg zijn van storingen in de installa­tie waarop de recreant toezicht of invloed heeft.
3. Het is de recreant niet toegestaan op enigerlei wijze op de plaats een LPG-installatie en/of gas­tank te gebruiken. Hetzelfde geldt voor een olie(petroleum)tank.
4. Het is niet toegestaan om een vakantieverblijf of een ander object te verwarmen middels een hout- of palletkachel, open haard of allesbrander. Dit verhoogt het risico op rookontwikkeling dat overlast kan bezorgen voor andere parkgasten. Tevens ontstaat er risico voor bos of andere brandgevaar als vonken uit de schoorsteen vliegen.
5. Het is de recreant niet toegestaan om t.b.v. satellietontvangst een permanente schotelan­tenne te plaatsen, waarvan de schotel een grotere diameter heeft dan 70 cm.. Het plaatsen van antennes t.b.v. aardse zenders, alsmede antennes t.b.v. zendamateurs is uitslui­tend toege­staan na schriftelijke toestem­ming van de ondernemer.

Artikel 4: Onderhoud en aanleg:
1. De ondernemer draagt er zorg voor dat het recreatie­terrein in behoor­lijke staat van onderhoud ver­keert.
2. De recreant is verplicht het door hem geplaatste vakantieverblijf en de bijbehorende plaats in behoorlijke staat van onderhoud te houden. Als door verwaarlozing hiervan het aanzien van de camping wordt geschaad, wordt de recreant hiervan verwittigd. Als de recreant niet op korte termijn actie onderneemt, wordt het onderhoudswerk voor rekening van de recreant uitgevoerd door de ondernemer of diens personeel. De recreant is verplicht deze kosten tijdig te betalen.
3. Als de recreant bij zijn plaats veranderingen wil aanbrengen dient hij hiervan eerst schriftelijke toestemming te hebben van de ondernemer. Hieronder vallen o.a. kleine verbouwingen, het plaatsen van aanbouwtjes, kisten, schuurtjes, afdakjes, hekken, omheiningen of afscheidingen, pergola's enz., op het terrein te graven, bomen te kappen, beplanting te wijzigen of te rooien. Gedetailleerde richtlijnen zijn vastgelegd in een schriftelijke toelichting; richtlijnen aanvraag ABPA, welke verkrijgbaar is op de receptie. De aanvraag ABPA (aan- en bijbouwen van permanente aard) kunt u afhalen op de receptie. Dit formulier dient u, tezamen met een situatietekening met de indeling en maten van uw staanplaats, alsmede een tekening met het aanzien en de maten van wat u wilt gaan bouwen, in tweevoud in te dienen, waarna u binnen 2 maanden een antwoord krijgt of u wel of geen toestemming krijgt om deze wijzigingen uit te voeren. Als u zonder deze toestemming toch verbouwingen uitvoert of een schutting plaatst bent u in strijd met het reglement en dient u deze weer ongedaan te maken. Omdat u zich niet aan het reglement houdt zijn wij gerechtigd om de handhavingskosten aan u in rekening te brengen, deze zijn variabel en afhankelijk van de werkzaamheden, zoals waarneming ter plaatse, administratieve handelingen of zelfs dat wij de ter plaatse de staanplaats weer in de oude staat terug moeten brengen.
4. Het is de recreant verboden om op het kampeerterrein puin, (tuin)afval en wat voor andere materialen dan ook in de grond te begraven ofwel te doen verdwijnen.
5. Gedurende de kampeerovereenkomst is de recreant verantwoordelijk om bodemverontreiniging van zijn plaats te voorkomen. Hiermee wordt o.a. bedoeld: het voorkomen dat schadelijke vloeistoffen, verfresten (afschuren oude verflaag), asbest en andere chemische middelen e.d. in de bodem geraken.
6. Vanwege de aanwezige leidingen en kabels in de grond mag de recreant niet dieper als 40 cm. onder het maaiveld graven en/of palen e.d. in de grond slaan. Bij eventuele schade aan leidingen en/of kabels is de recreant aansprakelijk voor de materiële en de immateriële schade, zoals verlies gas en water en het tijdelijk buiten bedrijf zijn van bepaalde aansluitingen.

Artikel 5: Prijs en Tarieven
1. Iedere recreant dient over een recente tarievenlijst te beschikken. Hieruit blijkt voor welke toeslagen e.d. moet worden betaald. Als de recreant in aanmerking komt voor één of meerdere van deze toeslagen dient hij hiervan melding te maken. Als bij controle blijkt dat dit niet is gebeurd, dan is de ondernemer gerechtigd deze toeslag met terugwerkende kracht in rekening te brengen.
2. Medio oktober van ieder jaar ontvangt de recreant de tarievenlijst en de kampgeldnota voor het daaropvolgende jaar. Onder aan deze nota staan de betalingstermijnen waaraan de recreant zich strikt dient te houden. Hierop kan uitsluitend worden afgeweken na schriftelijke toestemming van de ondernemer.
3. De kosten van verbruik elektriciteit, gas, water en riolering zijn niet in de prijs inbegrepen. Deze kosten, in het vervolg energiekosten genoemd, worden medio september van elk seizoen in rekening gebracht, de recreant dient deze binnen de gestelde betalingstermijn te voldoen. Het tarief is conform de geldende tarievenlijst. Als de energiekosten de waarde van de uitstaande waarborgsom overstijgt, is de ondernemer gerechtigd tussentijdse energienota's in rekening te brengen, hieraan zijn extra administratiekosten verbonden. Recreanten die op jaarbasis meer dan € 400,00 energiekosten verbruiken zijn verplicht om maandelijks voorschotten te betalen, gebaseerd op het energieverbruik van het jaar ervoor. Om deze betalingen te kunnen incasseren dient de recreant de ondernemer te machtigen voor een doorlopende automatische SEPA incasso. ’t Haasje recreatiepark b.v. is gerechtigd om bovenop de in rekening gebrachte energiekosten voorfinancieringvergoeding te hanteren. Deze voorfinancieringvergoeding bedraagt momenteel 2 % over de totale energiekosten. De recreant mag deze uitsluitend in mindering brengen als hij de energiekosten volledig betaalt binnen de gestelde betalingstermijn. Bij te late betaling mag deze vergoeding niet in mindering worden gebracht en als de betaling niet is voldaan binnen één maand na het verstrijken van de betalingstermijn wordt automatisch de wettelijke rente in rekening gebracht.
4. Indien de recreant gebruik wil maken van zonnepanelen die elektriciteit opwekken is dit toegestaan, het is echter niet mogelijk om elektriciteit te salderen of terug te leveren aan ’t Haasje recreatiepark. M.a.w. de KWH meters zijn éénrichtingsverkeer en registreren uitsluitend de geleverde elektriciteit aan de recreant.
5. De ondernemer zal voor het aangaan van de overeenkomst bekend maken welke éénmalige bijdragen in de kosten van aanleg en/of aansluiting van toepassing zijn inzake elektriciteit, water, gas, centrale antenne, wifi/internet en/of riolering. Op de verplichte éénmalige aanlegkosten bestaat een recht van restitutie als de overeenkomst volgens de reglementen wordt beëindigd binnen vijf jaar na aanvangsdatum. Deze restitutie wordt evenredig over de vijf jaren afgebouwd, eenvijfde per lopend jaar. Deze restitutie heeft uitsluitend betrekking op de verplichte éénmalige aanlegkosten, dus niet op de aansluitkosten, of op bijdrage in de aanlegkosten op vrijwillige basis.
6. De ondernemer is gehouden voor het aangaan van de overeenkomst de recreant te informeren omtrent prijsstijgingen die te verwachten zijn binnen één jaar na het sluiten van de overeenkomst voor zover deze hem redelijkerwijs bekend zijn.
7. Aanleg- en aansluitkosten worden bij beëindiging van de overeenkomst niet gerestitueerd.
8. Eventuele incasso- en portokosten, alsmede renteverlies, ontstaan door het innen van achterstallige betalingen van kampgeld, energie, of andere kosten, zijn voor rekening van de recreant.
9. De ondernemer heeft het recht om de levering van energie (gas, elektriciteit, water, centrale antenne en Wifi) en/of eventuele diensten te staken, als de recreant op enigerlei wijze in gebreke blijft met zijn betalingen.

Artikel 6: Prijswijziging
1. De ondernemer heeft het recht om vóór het ingaan van het nieuwe jaar de prijs te verhogen. Dit zal hij in oktober/november van elk jaar schriftelijk bekend maken aan de recreant (middels toezending van de nieuwe kampgeldnota en tarievenlijst).
2. Het voorgaande laat onverlet dat extra kosten, ontstaan door een lastenverzwaring aan de zijde van de ondernemer als gevolg van een wijziging van belastingen, heffingen en dergelijke die mede de recreant betreffen, deze aan de recreant tussentijds kunnen worden doorberekend.

Artikel 7: Annulering
1. Bij annulering voor ingangsdatum van de overeenkomst dient de recreant de ondernemer schadeloos te stellen, deze bedraagt:
- bij annulering tot twee maanden (01 november) voor de ingangsdatum 50% van de overeengekomen prijs;
- bij annulering tot één maand (01 december) voor de ingangsdatum 75% van de overeengekomen prijs;
- bij annulering binnen één maand (01 januari) voor de ingangsdatum 100% van de overeen-
gekomen prijs.
2. De recreant kan hierop schadeloosstelling krijgen indien de plaats door een derde wordt gereserveerd en er geen andere plaatsen beschikbaar zijn.
 

Artikel 8: Beëindiging overeenkomst vaste plaats:
1. Indien de recreant geen verlenging van de overeenkomst wenst, moet hij uiterlijk drie maanden (01 oktober) vóór afloop van de lopende periode schriftelijk opzeggen.
2. Voor de recreant geldt echter een opzegtermijn van één maand indien er na de opzegtermijn van lid 1 een wezenlijke verandering optreedt in het voorzieningenpakket, in de overeenkomst of in het reglement of indien de prijs voor de plaats exclusief overheidsheffingen een aanzienlijke verhoging ondergaat. De ondernemer maakt deze wijzigingen medio oktober van elk jaar schriftelijk aan de recreant bekend (kampgeldnota met toelichting). De termijn van één maand loopt vanaf de ontvangst van deze schriftelijke bekendmaking.
3. Indien de ondernemer geen verlenging van de overeenkomst wenst, kan hij, met in achtneming van een opzegtermijn van drie maanden vóór afloop van de lopende periode en schriftelijk uitsluitend opzeggen indien:
a. de recreant, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, door gebruik van de plaats en/of zijn vakantieverblijf in strijd met de bestemming of het karakter van het kampeerterrein het aanzien van het kampeerterrein schaadt;
b. de recreant, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, zodanig overlast bezorgt aan de ondernemer en/of mederecreanten, dat hij de goede sfeer op het terrein bederft;
c. de ondernemer wegens herstructurering van zijn bedrijfsterrein de plaats nodig heeft;
d. de ondernemer ten gevolge van overheidsmaatregelen gedwongen is de ingebruikgeving van de plaats te beëindigen;
e. de ondernemer het bedrijf beëindigt;
f. als de recreant niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet;
g. om andere redenen voortzetting van de overeenkomst bij afweging van wederzijdse belangen rede-lijkerwijs niet van de ondernemer kan worden gevergd.
4. Indien de ondernemer de overeenkomst beëindigt op gronden genoemd in lid 3 c, d, of e van dit artikel zal de ondernemer zo mogelijk een andere plaats aanbieden. De recreant kan in beginsel aanspraak maken op een vergoeding van directe kosten.
5. Indien de recreant de opzegging betwist, kan hij de ondernemer hiervan binnen één maand na schriftelijke opzegging in kennis te stellen. Daarnaast kan hij binnen twee maanden na schriftelijke opzegging het geschil voorleggen aan de Burgerlijke rechter. De ondernemer heeft bij geen bericht binnen één maand het recht de plaats of het vakantieverblijf te ontruimen overeenkomstig artikel 11.
6. De ondernemer kan de recreant en zijn gezin verbieden om gedurende de periode totdat de
Burgerlijke rechter uitspraak heeft gedaan, gebruik te maken van de plaats en het vakantieverblijf.

Artikel 9: Tus­sentijdse beëindiging door recreant
1. Indien de recreant de overeenkomst tussentijds beëindigt, is hij toch de volledige prijs voor de overeengekomen tariefperiode verschuldigd.

Artikel 10: Tussentijdse beëindiging door de on­dernemer en ontrui­ming bij wanprestatie
1. Indien de recreant, zijn gezinsleden, logés of bezoekers de verplichtingen uit de overeenkomst, algemene voorwaarden, de gedragsregels of de overheidsvoorschriften, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, niet of niet behoorlijk naleeft of naleven en wel in zodanige mate dat naar de maatstaven van redelijkheid en billijkheid van de ondernemer niet kan worden gevergd dat de overeenkomst wordt voortgezet, heeft de ondernemer het recht de overeenkomst met onmiddellijke ingang op te zeggen met in achtneming van het gestelde in lid 2 en lid 3 van dit artikel. Daarna dient de recreant zijn plaats of vakantieverblijf te ontruimen en het bedrijfsterrein ten spoedigste te verlaten.
2. Indien de ondernemer tussentijdse opzegging en ontruiming wenst, moet hij dit de recreant bij aangetekende of persoonlijk overhandigde brief laten weten. In die brief moet de recreant worden gewezen op de mogelijkheid het geschil voor te leggen bij de Burgerlijke rechter en op de termijn die daarbij in acht genomen moet worden, welke gelijk is aan het gestelde in artikel 8, lid 5. De ondernemer heeft bij geen bericht binnen één maand het recht de plaats of het vakantieverblijf te ontruimen overeenkomstig artikel 11.
3. Als de recreant de opzegging van de overeenkomst betwist en het geschil tijdig heeft voorgelegd bij de Burgerlijke rechter, mag de ondernemer pas tot de ontruiming van de plaats overgaan indien de Burgerlijke rechter dit bepaalt.
4. Heeft de recreant zich bij de opzegging neergelegd, dan krijgt hij gedurende een redelijke termijn, met een maximum van twee maanden, de gelegenheid tot ontruiming.
5. De ondernemer kan de recreant en zijn gezin verbieden gebruik te maken van het vakantieverblijf vanaf het moment van opzegging wanneer de situatie op het terrein anders onhoudbaar zou worden, tenzij de Burgerlijke rechter anders bepaalt. De recreant blijft in beginsel gehouden de overeengekomen prijs te betalen.
6. Als de recreant gedurende de overeenkomst van adres wijzigt, hoort hij de kampleiding hiervan binnen 30 dagen op de hoogte te stellen. Als blijkt dat de recreant is verhuisd, dat gedurende de periode van zes maanden de post retour komt en de bestaande telefonische gegevens onjuist zijn, is de kampleiding gerechtigd over te gaan tot ontruiming.

Artikel 11: Ontruiming
1. Als de overeenkomst is beëindigd moet de recreant zijn vakantieverblijf van het terrein verwijderen, tenzij anders is overeengekomen. De recreant is aansprakelijk voor de door hem veroorzaakte schade ontstaan bij de ontruiming die hem kan worden toegerekend. Als de recreant zijn vakantieverblijf niet verwijdert, is de ondernemer gerechtigd, na schriftelijke sommatie en met inachtneming van een redelijke termijn, op kosten van de recreant de plaats te ontruimen, uitgezonderd het gestelde in art. 10 punt 6. De ondernemer is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het verwijderen van het vakantieverblijf tenzij de schade is ontstaan door onzorgvuldigheid van de ondernemer of diens personeel. Eventuele stallingkosten zijn voor rekening van de recreant.
2. Indien de recreant de beëindiging van de overeenkomst betwist en het geschil heeft voorgelegd bij de Burgerlijke rechter, mag de ondernemer niet overgaan tot ontruiming van de plaats, alvorens de rechter dat heeft bepaald.

Artikel 12: Oplevering plaats
1. Bij beëindiging, naar aanleiding van het gestelde onder artikel 8 t/m 10, dient de plaats zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand na opzegging, leeg en schoon opgeleverd te worden. Eventuele kosten, verbonden aan het verwijderen van het vakantieverblijf, alsmede van de aanhorigheden op de plaats, zijn voor rekening van de recreant.
2. Onder leeg en schoon opleveren wordt verstaan: het terugbrengen in originele staat.
3. Bij tussentijdse overname van de overeenkomst verplicht de vervangende recreant zich te houden aan het gestelde in dit artikel.

Artikel 13: Gebruik door, of verhuur aan derden

Het is de ondernemer, noch de recreant toegestaan het vakantieverblijf of de plaats, onder welke benaming dan ook, aan anderen dan in de overeenkomst genoemde personen in gebruik af te staan en/of te verhuren, tenzij hierover wederzijdse schriftelijke overeenstemming is bereikt. De genoemde ingeschreven personen mogen niet regelmatig wisselen, maximaal 1 keer per jaar en dienen aanverwanten te zijn van de recreant. De ondernemer heeft het recht om extra inschrijvingen te weigeren.

Artikel 14: Verkoop van het vakantieverblijf met behoud van plaats.
1. Het is de recreant niet toegestaan om het vakantieverblijf met behoud van de plaats te verkopen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de ondernemer. De ondernemer heeft het recht om potentiële kopers te weigeren m.b.t. de voortzetting van de kampeerovereenkomst. Teneinde toestemming te verkrijgen dient aan een aantal criteria te worden voldaan, zoals:
2. Er wordt getoetst of er op de staanplaats onrechtmatige verbouwingen hebben plaatsgevonden welke zijn omschreven in Artikel 4: Onderhoud en aanleg: onder punt 3. Zolang de staanplaats niet voldoet aan de voorwaarden van dit reglement is verkoop met behoud van staanplaats aan derden niet toegestaan.
3. Past handhaving van de standplaats met daarop het vakantieverblijf, in zijn hoedanigheid nog in het beleid van de ondernemer (b.v. herstructurering of wijziging in de bedrijfsvoering).
4. Ter voorkoming van veroudering van het caravanpark en zomerhuisjes, is het niet toegestaan om een oud vakantieverblijf te verkopen dat het aanzien van het kampeerterrein niet ten goede komt, zulks ter beoorde-ling van de ondernemer. Als richtlijn wordt gehanteerd: ouder dan vijftien jaar en/of een handelswaarde minder als € 4.000,00.
5. Indien de ondernemer een redelijk vermoeden heeft dat de potentiële koper het kampeermiddel wil gebruiken voor onrechtmatige doeleinden is de ondernemer gerechtigd de potentiële koper te weigeren.
6. Bij verkoop van het kampeermiddel met behoud van de plaats is de recreant 5 % kosten, met een minimum van € 200,00, verschuldigd voor commissie en administratiekosten t.b.v. het opstellen van een formeel koopcontract en vaststellen van rechtmatigheid. Bij bemiddeling, begeleiding en acquisitie wordt tevens een vast bedrag ad € 250,00 in rekening gebracht. Deze kosten zijn van toepassing omdat de recreant profijt heeft van de uitstraling en promotie van het gehele park, daarnaast worden bij bemiddeling diverse diensten verstrekt, zoals het werven van een geschikte koper, door b.v. foto’s van uw kampeermiddel op de website te plaatsen, uw kampeermiddel te vermelden op het infokanaal van het park en door potentiële klanten te begeleiden bij het bezichtigen van uw kampeermiddel.
7. Het is niet toegestaan om op uw vakantieverblijf een aankondiging te hangen met teksten
zoals: "Te koop” of “Te huur".

Artikel 15: Aansprakelijkheid

1. De ondernemer is niet aansprakelijk voor diefstal, ongevallen of schade op zijn terrein, tenzij dit het gevolg is van een tekortkoming die is toe te rekenen aan de ondernemer of diens personeel.
2. De wettelijke aansprakelijkheid van de ondernemer zal tenminste het risico omvatten dat redelijkerwijs door een aansprakelijkheidsverzekering gedekt kan worden, met een maximum van € 455.000,00.
3. De ondernemer is bij eventuele relatieproblemen niet aansprakelijk voor schade welke is ontstaan door onrechtmatig handelen van de partner en/of mede ingeschreven personen van de recreant.
4. De recreant is jegens de ondernemer aansprakelijk voor schade, in welke vorm dan ook, die wordt veroorzaakt door het doen of (na)laten van hemzelf, zijn gezinsleden, zijn logés, zijn huisdieren of door hem toegelaten bezoekers. Let wel, naast de materiële schade en immateriële schade betreft het ook schade aan het milieu (bodemverontreiniging) en schade aan derden (mederecreanten).

Artikel 16: Parkeerbeleid en autogebruik:
1.Per staanplaats mogen maximaal 2 voertuigen op het park parkeren, voor het eerste voertuig is geen parkeervergoeding verschuldigd, voor het tweede voertuig wel.
2.Gedurende de winterperiode (1 november tot 15 maart daaropvolgend) is de slagboom (toegang) tot het park geblokkeerd. Als u gedurende die periode het park wilt bezoeken om b.v. onderhoud aan uw vakantieverblijf uit te voeren kan dit uitsluitend tijdens de openingstijden van de receptie.
3.Ter bevordering van de nachtrust is de ingaande slagboom gesloten van 00.30 tot 07.00 uur. De uitgaande slagboom is wel in bedrijf.
4. Op het kampeerterrein geldt een snelheidslimiet van 10 km per uur. Auto’s dienen te parkeren op de parkeerstroken langs de doorgaande weg en kunnen dus vaak niet dicht bij de staanplaats parkeren. Op het autovrije gedeelte van het kampeerterrein is het verboden voor brommers / motoren / trike's en soortgelijke voertuigen met in werking zijnde hulpmotor. Onverzekerde voertuigen zijn conform de wettelijke regels niet toegestaan. Let op: ieder voertuig voorzien van een hulpmotor dient over een aparte W.A. verzekering te zijn en valt niet onder de reguliere WA verzekering voor gezinnen.
5. Het is niet toegestaan om auto’s, aanhangwagens, toercaravans en/of andere voertuigen langdurig te parkeren of te stallen, tenzij hiervoor schriftelijke toestemming voor is aangevraagd en verkregen. Auto’s mogen uitsluitend geparkeerd worden als de gasten aanwezig zijn.
6.Vrachtauto’s mogen niet parkeren op het park of op de parkeerplaats voor bezoekers van het park. Ze mogen uitsluitend het park op om te laden of lossen en mogen daarbij niet afwijken van de asfaltweg. De bermen zijn niet geschikt voor zwaar vervoer.
7. Parkeren, uitsluitend op de daarvoor bestemde gedeelten. Parkeer de auto met enige zorg, zodat deze niet onnodig veel parkeerruimte in beslag neemt.
8. Als de chauffeur zich onvoldoende houd aan de voorwaarden van dit artikel is de ondernemer gerechtigd zijn slagboomsleutel te blokkeren. Deze sanctie betekent dat de recreant voor bepaalde of onbepaalde tijd het park niet op kan met zijn auto.

Artikel 17: Gedragsregels:
1. De recreant, zijn gezinsleden, logés of bezoekers zijn gehouden de door de ondernemer gestelde gedragsregels na te leven.
2. De recreant wordt geacht het terrein, de gebouwen en overige faciliteiten zindelijk te gebruiken.
Het is niet toegestaan om afval op de grond te gooien, of langs paden of wegen te deponeren, voor een juiste afvalverwerking verwijzen wij u naar punt 10 van de gedragsregels.
3. Indien de recreant of ingeschreven personen zich niet gedragen volgens de gestelde regels, is de kampleiding gerechtigd personen voor bepaalde of onbepaalde tijd de toegang tot het recreatiepark te ontzeggen. Deze schorsing kan bijvoorbeeld worden toegepast als iemand de goede sfeer op het recreatiepark nadelig beïnvloedt door agressief gedrag.
4. Bezorg elkaar geen geluidsoverlast. De nachtrust gaat in om 22.00 uur en duurt tot 07.30 uur.
Geluidsapparatuur (ook die van de auto of ander voertuig) mag niet storend hoorbaar zijn voor de overige recreanten. Privéfeestjes op de staanplaats dienen rekening te houden dat er na 22.00 uur geen storend geluidsoverlast wordt veroorzaakt. U kunt overwegen om uw privéfeestje te vieren in het feestzaaltje bij het centrale horecapand, voor informatie en reservering kunt u terecht bij de receptie.
5. Bij de diverse ingangen van het parkeerterrein naar het kampeergedeelte staan bagagewagentjes ter beschikking van de recreanten. Deze zijn voor iedereen als zodanig te gebruiken en dienen na gebruik meteen teruggeplaatst te worden op de betreffende verzamelplaats. Het is verboden om de bagagewagentjes te zwaar te beladen met materialen zoals b.v. zand en tegels en om te gebruiken als speelwerktuig voor kinderen. Het wordt op prijs gesteld om melding te maken wanneer een bagagewagentje defect is.
6. Huisdieren zijn slechts in beperkte mate en onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Honden mogen uitsluitend op het hondenterreingedeelte. Huisdieren mogen niet loslopen. Het uitlaten van honden dient te gebeuren buiten het kampeerterrein of in het hondentoilet. Tijdens het uitlaten is de hondenbezitter verplicht om z.g. poepzakjes bij zich te dragen, bij onverhoopte behoefte op het terrein dient de hondenbezitter dit terstond op te ruimen.
7. In verband met de brandveiligheid is open vuur verboden. Gebruik van barbecue is toegestaan mits voldoende voorzorgsmaatregelen zijn getroffen. Eventuele houtkorven en andere vormen van gecontroleerde houtgestookte objecten dienen voorzien te zijn van een vonkenvanger en mogen ten nimmer overlast bezorgen aan de overige parkgasten. Vuurwerk afsteken is ten alle tijden ten strengste verboden.
8. Het is de recreant gedurende de winterperiode (november tot maart) niet toegestaan om (voor)tenten en partytenten te laten staan. De recreant dient zodanig voorzorgsmaatregelen te treffen dat zijn vakantieverblijf en de aanhorigheden op de plaats beschermd zijn tegen wind en winterse omstandigheden.
9. Afvalverwerking:
a. Huishoudelijk afval mag uitsluitend worden afgevoerd in de groenwitte campingvuilniszak.
Deze dient u zelf af te voeren naar één van de negen vuilcontainers die zich verspreid op het park bevinden langs de parkeerstroken.
b. Glas kunt u kwijt in de glasbak die vlak bij het voetbalveld staat.
De navolgende vuilstromen dient u zelf weg te brengen naar de milieustraat op het park. Hiervoor wordt een vergoeding in rekening gebracht. De milieustraat is geopend op zaterdag, maandag en woensdag van 09.00 tot 12.00 uur. In de milieustraat wordt het afval gesplitst en apart verwerkt, gelieve dit dan ook apart aan te voeren.
c. Groot vuil, zoals oud meubilair, vloerkleden, bouw en sloopafval e.d.
d. Chemisch afval.
e. Snoeihout dient u gedurende het seizoen zelf af te voeren naar de milieustraat. Gedurende de
periode september tot en met het Hemelvaartweekend (meestal in mei) wordt snoeiafval wekelijks opgehaald op de dag na het weekend (meestal 's maandags).
f. Bij overig tuinafval dient men onderscheid te maken in bladeren en verteerbaar afval t.o.v. aarde, zand, graszoden en potgrond. Het verteerbare afval hoort bij snoeiafval. Aarde, zand, potgrond e.d. in overleg met de medewerker van de milieustraat of die van de receptie.
g. Papier en karton in de papiercontainer in de milieustraat.
h. Puin in de puincontainer in de milieustraat.
10. Gasten die een seizoensplaats hebben met een privé sanitair unit worden geacht hier zindelijk mee om te gaan en zijn er zelf verantwoordelijk voor om deze schoon te houden. Het is niet toegestaan om deze anders te gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn, dus geen opslag voor materialen. Gedurende de periode met vorstgevaar worden de units buiten bedrijf gesteld, gebruik is dan niet toegestaan. Het is niet toegestaan om wijzigingen aan te brengen in de unit, eventuele schade aan de units wordt op de gasten verhaald.
11. Indien de recreant het kampeermiddel wilt verkopen dient hij hiervoor toestemming te vragen aan de ondernemer of kampleiding (zie artikel 14).
12. De ondernemer of diens personeel is ten alle tijden gerechtigd controle uit te oefenen inzake naleving van de voorwaarden en reglementen.
13. Respecteer elkaars mening en overtuiging en houdt u aan de aanwijzingen van de ondernemer of diens personeel.
14. Het belang van huisdieren is ten alle tijden ondergeschikt aan het belang van mensen. Als het huisdier van een recreant structureel overlast veroorzaakt aan mede recreanten, of als deze een persoon letsel toebrengt, is de kampleiding gerechtigd het huisdier de toegang tot het recreatiepark te ontzeggen.
15. Als de recreant gedurende de overeenkomst van adres wijzigt, hoort hij de kampleiding hiervan binnen 30 dagen op de hoogte te stellen.
16. Het plaatsen van (beveiligings-) camera’s is slechts beperkt toegestaan. Het is verboden om camera’s te plaatsen die de privacy van uw buren of andere recreanten niet respecteren. De camera’s mogen b.v. niet gericht zijn om de staanplaats van derden of op de ramen van andere kampeermiddelen.

 

(uitgave dec. 29/reglement 2019)