ALGEMENE VOORWAARDEN EN REGLEMENT 't HAAS­JE RECREATIEPARK BV 

 

Deze voorwaarden en reglementen zijn van toepas­sing op de kampeer­overeenkomst van ’t Haasje recreatiepark b.v. te Dorst, voor het gebruik van vaste en seizoen plaatsen.

 

Artikel 1: Definities

In het vervolg van dit reglement wordt verstaan onder:

 a.  vakantieverblijf: tent, vouwkampeerwagen, kam­peerauto, (sta)ca­ravan, bungalow, zomerhuisje of chalet;

 b.  plaats: elke, bij de overeenkomst nader aan te geven, plaatsings­mogelijkheid voor een vakantiever­blijf;

 c.  vaste (stand)plaats: een plaats die is inge­richt om gedurende het gehele jaar een (sta)cara­van, bungalow, zomerhuis of chalet te plaatsen (onge­acht de periode van gebruik);

 d.  seizoenplaats: een plaats die is ingericht om gedurende de periode 01 april tot 30 september een toercaravan of bungalowtent te plaatsen (ongeacht of men wel of niet gebruik maakt van de mogelijkheid tot winterstalling);

 e.  ondernemer of kampleiding: ’t Haasje recreatiepark b.v. die de (vaste) plaats ter beschikking stelt;

 f.  recreant: degene die met de ondernemer de over­eenkomst inzake de (vaste) plaats aangaat;

 g.  vervangende recreant: een voor de ondernemer redelijkerwijs aan­vaardbare recreant, die bereid is voor dezelfde duur of langere termijn een nieu­we overeenkomst te sluiten die betrekking heeft op de (vaste) plaats;

 h.  stacaravan: een caravan die niet voldoet aan de eisen die in het wegenver­keersreglement worden gesteld aan aanhangwagens en die alleen met speci­aal vervoer over de openbare weg vervoerd mag worden;

 i.  aansluitkosten: kosten voor de aansluiting van het vakantiever­blijf op een reeds bestaand leidingennet;

 j.  aanlegkosten: kosten voor aanleg van toevoer­leidingen tot op de plaats (gas, elektriciteit, water, riool, centrale antenne etc.);

 k. gedragsregels: regels omtrent het gebruik van het vakantiever­blijf en het gebruik en gedrag op het recreatiepark.

 

Artikel 2: Inhoud overeenkomst

1.De recreant gaat met de ondernemer een overeen­komst aan voor een bepaalde periode.

2.Voor jaarplaatsen eindigt deze periode ieder jaar van rechts­wege op 31 december. Deze overeenkomst wordt na afloop hiervan telkens automa­tisch verlengd voor de duur van één jaar onder de dan geldende voor­waarden, tenzij partijen bij het aangaan van de overeenkomst uitdrukke­lijk schriftelijk zijn overeengekomen dat de overeen­komst op een bepaalde datum zal eindigen.

3.Voor seizoenplaatsen eindigt deze periode ieder jaar van rechtswege op 30 september. Deze overeenkomst wordt niet automatisch verlengd. Indien de recreant het daaropvolgende seizoen wederom gebruik wilt maken van dezelfde seizoenplaats dient hij/zij dit schriftelijk mede te delen aan de kampleiding voordat het lopende seizoen is verstreken (30 september).

4.De ondernemer stelt voor recreatieve doeleinden aan de recreant ter beschik­king: de overeengekomen plaats met het recht daarop een vakan­tieverblijf van het overeengekomen type voor het aangegeven aantal personen te plaatsen.

5.Permanente bewoning is niet toegestaan. Gedu­rende de periode één november tot één maart van elk jaar mag de recreant uitslui­tend tijdens de weekeinden en op vakantiedagen op de camping over­nachten. Hiervan mag uitsluitend worden afgewe­ken na schriftelijke toestem­ming van de ondernemer.

6.De recreant mag bij vervanging alleen een va­kantieverblijf van dezelfde aard of soort en nagenoeg dezelfde afmetingen en hetzelf­de uiterlijk plaatsen als werd overeengekomen.

7.De overeenkomst wordt gesloten op basis van de door de onderne­mer aan de recreant verstrekte informatie, folder(s) en/of ander reclame­materi­aal.

8.Op de overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.

 

Artikel 3: Deugdelijkheid en veiligheid

1. De recreant is verantwoordelijk voor de elektriciteit-, gas-, water-, centrale antenne- en rioolinstallatie in het door hem ge­plaatste of gekochte vakan­tiever­blijf, alsmede op de door hem gehuurde vaste plaats, dusdanig dat deze voldoen aan de voorwaar­den van het betref­fende nutsbedrijf en/of de nor­men van de NEN van het Neder­lands Normalisatie-instituut.

De ondernemer heeft het recht om in het vakantieverblijf van de recreant de deugdelijkheid en veilig­heid van de aanwezige elektriciteit-, gas-, water-, centrale antenne- en rioolinstalla­tie te controleren of te laten controle­ren. Indien de kampleiding constateert dat de technische installatie niet voldoet aan de gestelde eisen, behoort de recreant dit binnen twee maanden te verhelpen of te laten verhelpen door een vakbekwaam persoon. Eventuele controle door derden is voor rekening van de recreant. De verant­woording van de diverse installaties heeft met name betrek­king op verstopping van de riole­ring tot aan het ontstop­pingsstuk en het bescha­digen van leidingen en/of kabels door onachtzaam gedrag (b.v. graven, palen in de grond slaan op het leidingentracé). De recreant is tevens verantwoordelijk voor de gevolgschade aan gasnet, elektriciteitsnet, centrale antennenet, water en rioolleidingen als gevolg van ondeskundig handelen vanuit zijn vakantieverblijf. B.v. bij het plaatsen van een drukverhogingsapparaat op het waterleidingnet, het foutief aansluiten van elektrische apparaten of gastoestellen waarbij er mogelijk een retourbelasting kan ontstaan, enz.

2. De ondernemer is aansprakelijk voor storingen tot aan het vakantieverblijf, m.a.w.:

*voor water betekent dit tot aan de stopkraan met watermeter,

*voor elektriciteit tot aan de eerste onderbreking in de voedingskabel vanaf de Kwh-meter en  

  zekeringautomaat,

*voor gas tot aan de gaskraan bij of onder het vakantieverblijf,

*voor riolering tot aan het ontstoppingsstuk op de staanplaats en

*voor centrale antenne tot aan de eerste onderbreking in de voedingskabel.

 De aansprakelijk vervalt als de ondernemer een beroep kan doen op overmacht of als deze het gevolg zijn van storingen in de installa­tie waarop de recreant toezicht of invloed heeft.

3. Het is de recreant niet toegestaan op enigerlei wijze op de plaats een LPG-installatie en/of gas­tank te gebruiken. Hetzelfde geldt voor een olie(petroleum)tank.

4. Het is niet toegestaan om een vakantieverblijf of een ander object te verwarmen middels een houtkachel, open ­haard of alles­brander. De veroorzaakte rook mag n.l. geen overlast veroorzaken.

5. Het is de recreant niet toegestaan om t.b.v. satellietontvangst een permanente schotelan­tenne te plaatsen, waarvan de schotel een grotere diameter heeft dan 70 cm.. Het plaatsen van antennes t.b.v. aardse zenders, alsmede antennes t.b.v. zendamateurs is uitslui­tend toege­staan na schriftelijke toestem­ming van de ondernemer.

 

Artikel 4: Onderhoud en aanleg:

1. De ondernemer draagt er zorg voor dat het recreatie­terrein in behoor­lijke staat van onderhoud ver­keert.

2. De recreant is verplicht het door hem geplaats­te vakantiever­blijf en de bijbehorende plaats in behoorlijke staat van onderhoud te houden. Als door verwaarlozing hiervan het aanzien van de camping wordt geschaad, wordt de recreant hiervan verwittigd. Als de recreant niet op korte termijn actie onderneemt, wordt het onderhoudswerk voor rekening van de recreant uitgevoerd door de onder­nemer of diens personeel.

3. Als de recreant bij zijn plaats veranderingen wil aanbrengen dient hij hiervan eerst schrifte­lijke toestemming te hebben van de onderne­mer. Hieronder vallen o.a. kleine verbouwingen, het plaat­sen van aanbouwtjes, kisten, schuur­tjes, afdakjes, hekken, omhei­ningen of afscheidingen, pergola's enz., op het terrein te graven, bomen te kappen, beplanting te wijzigen of te rooien. Gedetailleerde richtlijnen zijn vastgelegd in een schriftelijke toelichting; richtlijnen aanvraag ABPA, welke verkrijgbaar is op de receptie. De aanvraag ABPA (aan- en bijbouwen van permanente aard) kunt u afhalen op de receptie. Dit formulier dient u, tezamen met een situatietekening met de indeling en maten van uw staanplaats, alsmede een tekening met het aanzien en de maten van wat u wilt gaan bouwen, in tweevoud in te dienen, waarna u binnen 2 maanden een antwoord krijgt of u wel of geen toestemming krijgt om deze wijzigingen uit te voeren.

 

4. Het is de recreant verboden om op het kampeer­terrein puin, (tuin)afval en wat voor andere materialen dan ook in de grond te begra­ven ofwel te doen verdwijnen. 

5. Gedurende de kampeerovereenkomst is de recreant verantwoordelijk om bodemver­ontreiniging van zijn plaats te voorkomen. Hiermee wordt o.a. bedoeld: het voorkomen dat schadelijke vloeistoffen, verfresten (afschuren oude verflaag), asbest en ande­re chemische middelen e.d. in de bodem geraken.

 

Artikel 5: Prijs en Tarieven

1. Iedere recreant dient over een recente tarie­venlijst te be­schikken. Hieruit blijkt voor welke toeslagen e.d. moet worden betaald. Als de recre­ant in aanmerking komt voor één of meerdere van deze toeslagen dient hij hiervan melding te maken. Als bij controle blijkt dat dit niet is gebeurd, dan is de ondernemer gerechtigd het dubbele van deze toeslag in rekening te brengen.

2. Medio oktober van ieder jaar ontvangt de recre­ant de tarieven­lijst en de kampgeldnota voor het daaropvolgende jaar. Onder aan deze nota staan de beta­lingstermijnen waaraan de recreant zich strikt dient te houden. Hierop kan uitsluitend worden afgeweken na schriftelijke toestemming van de ondernemer.

3. De kosten van verbruik elektriciteit, gas en water zijn niet in de prijs inbegrepen. Deze kosten, in het vervolg energiekosten genoemd, worden medio sep­tember van elk seizoen in rekening gebracht, de recreant dient deze binnen de gestelde beta­lingstermijn te voldoen. Als de energiekosten de waarde van de uitstaande waarborgsom overstijgt, is de ondernemer gerechtigd tus­sentijdse energienota's in rekening te brengen. Recreanten die op jaarbasis meer dan € 400,00 energiekosten verbruiken zijn verplicht om voorschotten te betalen, gebaseerd op het energieverbruik van het jaar ervoor. Een automatische incasso geniet de voorkeur. Iedere recreant die geen machtiging voor automatische incasso verstrekt, of waarbij de automatische incasso niet volgens afspraak wordt uitgevoerd,  is verantwoordelijke om de vastgestelde voorschotten tijdig te voldoen. ’t Haasje recreatiepark b.v. is gerechtigd om bovenop de in rekening gebrachte energiekosten voorfinancieringvergoeding te hanteren. Deze voorfinancieringvergoeding bedraagt momenteel 2 % over de totale energiekosten. De recreant mag deze uitsluitend in mindering brengen als hij de energiekosten volledig betaalt binnen de gestelde betalingstermijn. Bij te late betaling mag deze vergoeding niet in mindering worden gebracht en als de betaling niet is voldaan binnen één maand na het verstrijken van de betalingstermijn wordt automatisch de wettelijke rente in rekening gebracht.

4. De ondernemer zal voor het aangaan van de over­eenkomst bekend maken welke éénmalige bijdragen in de kosten van aanleg en/of aansluiting van toepassing zijn inza­ke elektriciteit, water, gas, centrale antenne en/of riole­ring. Op de verplichte éénmalige aanlegkosten bestaat een recht van restitutie als de overeenkomst volgens de reglementen wordt beëindigd binnen vijf jaar na aanvangsdatum. Deze restitutie wordt evenredig over de vijf jaren afgebouwd, eenvijfde per lopend jaar. Deze restitutie heeft uitsluitend betrekking op de verplichte éénmalige aanlegkosten, dus niet op de aansluitkosten, of op bijdrage in de aanlegkosten op vrijwillige basis.

5. De ondernemer is gehouden voor het aangaan van de overeenkomst de recreant te informeren omtrent prijsstijgin­gen die te verwach­ten zijn binnen één jaar na het sluiten van de overeenkomst voor zover deze hem redelijkerwijs bekend zijn.

6. Aanleg- en aansluitkosten worden bij beëindiging van de overeen­komst niet gerestitueerd.

7. Eventuele incasso- en portokosten, alsmede renteverlies, ont­staan door het innen van achter­stallige betalingen van kampgeld, energie, of andere kosten, zijn voor rekening van de recreant.

 

Artikel 6: Prijswijziging

1. De ondernemer heeft het recht om vóór het in­gaan van het nieuwe jaar de prijs te verho­gen. Dit zal hij in oktober van elk jaar schrif­telijk be­kend maken aan de recreant (middels toezending van de nieuwe kampgeldnota).

2. Het voorgaande laat onverlet dat extra kosten, ontstaan door een lastenverzwa­ring aan de zijde van de ondernemer als gevolg van een wijziging van belastin­gen, heffingen en dergelijke die mede de recre­ant betreffen, deze aan de recreant tussen­tijds kunnen worden doorbe­re­kend. 

 

Artikel 7: Annulering

1. Bij annulering voor ingangsdatum van de over­eenkomst dient de recre­ant de ondernemer schadeloos te stellen, deze bedraagt:

- bij annulering tot twee maanden (01 november) voor de ingangs­datum 50% van de overeengekomen prijs;

- bij annulering tot één maand (01 december) voor de ingangsdatum 75% van de overeen­gekomen prijs;

- bij annulering binnen één maand (01 januari) voor de ingangs­datum 100% van de overeen-

geko­men prijs.

2. De recreant kan hierop schadeloosstelling krij­gen indien de plaats door een derde wordt gereser­veerd en er geen andere plaat­sen beschik­baar zijn.

 

Artikel 8: Beëindiging overeenkomst vaste plaats:

1. Indien de recreant geen verlenging van de over­eenkomst wenst, moet hij uiterlijk drie maanden (01 oktober) vóór afloop van de lopende periode schrif­telijk opzeggen.

2. Voor de recreant geldt echter een opzegtermijn van één maand indien er na de opzegtermijn van lid 1 een wezenlijke verandering optreedt in het voor­zieningen­pakket, in de overeenkomst of in het reglement of indien de prijs voor de plaats exclu­sief overheids­heffingen een aanzienlijke verhoging ondergaat. De ondernemer maakt deze wijzigingen medio oktober van elk jaar schriftelijk aan de recreant bekend (kampgeldnota met toelichting). De termijn van één maand loopt vanaf de ontvangst van deze schriftelijke bekendmaking.

3. Indien de ondernemer geen verlenging van de overeenkomst wenst, kan hij, met in achtneming van een opzegtermijn van drie maanden vóór afloop van de lopende periode en schriftelijk uitsluitend opzeggen indien:

a. de recreant, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, door gebruik van de plaats en/of zijn vakantie­verblijf in strijd met de bestemming of het karakter van het kampeerterrein het aanzien van het kampeerterrein schaadt;

b. de recreant, ondanks voorafgaande schriftelijke waarschuwing, zodanig overlast bezorgt aan de ondernemer en/of mederecreanten, dat hij de goede sfeer op het terrein bederft;

c. de ondernemer wegens herstructurering van zijn bedrijfsterrein de plaats nodig heeft;

d. de ondernemer ten gevolge van overheidsmaatre­gelen gedwongen is de ingebruik­geving van de plaats te beëindigen;

e. de ondernemer het bedrijf beëindigt;

f. als de recreant niet aan zijn financiële ver­plichtingen vol­doet;

g. om andere redenen voortzetting van de overeen­komst bij afweging van weder­zijdse belangen rede­lijkerwijs niet van de ondernemer kan worden ge­vergd.

4. Indien de ondernemer de overeenkomst beëindigt op gronden genoemd in lid 3 c, d, of e van dit artikel zal de ondernemer zo mogelijk een andere plaats aanbie­den. De recreant kan in beginsel aanspraak maken op een vergoeding van directe kosten.

5. Indien de recreant de opzegging betwist, kan hij de onderne­mer hiervan binnen één maand na schriftelijke opzegging in kennis te stellen. Daarnaast kan hij binnen twee maanden na schrif­te­lijke opzegging het geschil voorleggen aan de Burgerlijke rechter. De ondernemer heeft bij geen bericht binnen één maand het recht de plaats of het vakantieverblijf te ontruimen overeenkom­stig

artikel 11.

6. De ondernemer kan de recreant en zijn gezin verbieden om gedu­rende de periode totdat de

Bur­gerlijke rechter uitspraak heeft gedaan, gebruik te maken van de plaats en het vakantieverblijf.

 

Artikel 9: Tus­sentijdse beëindiging door recreant

1. Indien de recreant de overeenkomst tussentijds beëindigt, is hij toch de volledige prijs voor de overeengekomen tariefperiode verschul­digd.

 

Artikel 10: Tussentijdse beëindiging door de on­dernemer en ontrui­ming bij wanprestatie

1. Indien de recreant, zijn gezinsleden, logés of bezoekers de verplichtingen uit de overeenkomst, algemene voorwaarden, de gedrags­regels of de over­heidsvoor­schriften, ondanks voorafgaande schrifte­lijke waarschuwing, niet of niet behoor­lijk naleeft of naleven en wel in zodanige mate dat naar de maatstaven van rede­lijkheid en billijkheid van de ondernemer niet kan worden gevergd dat de overeen­komst wordt voortgezet, heeft de ondernemer het recht de overeenkomst met onmid­dellijke ingang op te zeggen met in achtneming van het gestelde in lid 2 en lid 3 van dit artikel. Daarna dient de recre­ant zijn plaats of vakantieverblijf te ont­ruimen en het bedrijfsterrein ten spoedigste te verlaten.

2. Indien de ondernemer tussentijdse opzegging en ontruiming wenst, moet hij dit de recreant bij aangetekende of persoonlijk overhandigde brief laten weten. In die brief moet de recreant worden gewezen op de mogelijkheid het geschil voor te leggen bij de Burgerlijke rechter en op de termijn die daarbij in acht geno­men moet worden, welke gelijk is aan het gestelde in artikel 8, lid 5. De ondernemer heeft bij geen bericht binnen één maand het recht de plaats of het vakantiever­blijf te ontruimen overeenkom­stig artikel 11.

3. Als de recreant de opzegging van de overeen­komst betwist en het geschil tijdig heeft voorge­legd bij de Burgerlijke rechter, mag de ondernemer pas tot de ontruiming van de plaats overgaan in­dien de Burgerlijke rechter dit bepaalt.

4. Heeft de recreant zich bij de opzegging neerge­legd, dan krijgt hij gedurende een redelijke ter­mijn, met een maximum van twee maanden, de gele­genheid tot ontruiming.

5. De ondernemer kan de recreant en zijn gezin verbieden gebruik te maken van het vakantiever­blijf vanaf het moment van opzegging wanneer de situatie op het terrein anders onhoudbaar zou worden, tenzij de Burgerlijke rechter anders be­paalt. De recreant blijft in beginsel gehouden de overeengekomen prijs te betalen.

6. Als de recreant gedurende de overeenkomst van adres wijzigt, hoort hij de kampleiding hiervan binnen 30 dagen op de hoogte te stellen. Als blijkt dat de recreant is verhuisd, dat gedurende de periode van zes maanden de post retour komt en de bestaande telefonische gegevens onjuist zijn, is de kampleiding gerechtigd over te gaan tot ontruiming.

 

 

Artikel 11: Ontruiming

1. Als de overeenkomst is beëindigd moet de recre­ant zijn vakan­tiever­blijf van het terrein verwij­deren, tenzij anders is overeen­gekomen. De recre­ant is aansprakelijk voor de door hem veroorzaak­te schade ont­staan bij de ontruiming die hem kan worden toegere­kend. Als de recreant zijn vakantie­verblijf niet verwijdert, is de ondernemer gerech­tigd, na schriftelijke sommatie en met inachtne­ming van een redelijke termijn, op kosten van de recreant de plaats te ontruimen, uitgezonderd het gestelde in art. 10 punt 6. De ondernemer is niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit of verband houdt met het verwijderen van het va­kantieverblijf tenzij de schade is ontstaan door onzorgvuldig­heid van de ondernemer of diens perso­neel. Eventue­le stallingkosten zijn voor rekening van de recre­ant.

2. Indien de recreant de beëindiging van de over­eenkomst betwist en het geschil heeft voorgelegd bij de Burgerlijke rechter, mag de ondernemer niet overgaan tot ontruiming van de plaats, alvorens de rechter dat heeft bepaald.

 

Artikel 12: Oplevering plaats

1. Bij beëindiging, naar aanleiding van het gestelde onder artikel 8 t/m 10, dient de plaats zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen één maand na opzegging, leeg en schoon opgeleverd te worden. Eventuele kosten, verbonden aan het verwijderen van het vakantiever­blijf, alsmede van de aanhorigheden op de plaats, zijn voor rekening van de recreant.

2. Onder leeg en schoon opleveren wordt verstaan: het terugbrengen in originele staat.

3. Bij tussentijdse overname van de overeenkomst verplicht de vervan­gende recreant zich te houden aan het gestelde in dit artikel.

 

Artikel 13: Gebruik door, of verhuur aan derden

Het is de ondernemer, noch de recreant toegestaan het vakantiever­blijf of de plaats, onder welke benaming dan ook, aan anderen dan in de overeen­komst genoemde personen in gebruik af te staan en/of te verhu­ren, tenzij hierover wederzijdse schriftelijke overeenstem­ming is be­reikt.

 

Artikel 14: Verkoop van het vakantieverblijf met behoud van plaats

1. Het is de recreant niet toegestaan om het va­kantieverblijf met behoud van de plaats te verko­pen zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de ondernemer. De onder­nemer heeft het recht om poten­tiële kopers te weigeren m.b.t. de voortzet­ting van de kampeerovereen­komst. Ten­einde toestemming te verkrijgen dient aan een aantal crite­ria te worden voldaan, zoals:

2. Past handhaving van de standplaats met daarop het vakantie­verblijf, in zijn hoedanigheid nog in het beleid van de onder­nemer (b.v. her­structurering).

3. Ter voorkoming van veroudering van het caravan­park en zomerhuisjes, is het niet toegestaan om een oud vakantieverblijf te verkopen dat het aanzien van het kampeerterrein niet ten goede komt, zulks ter beoorde­ling van de onderne­mer. Als richtlijn wordt gehanteerd: ouder dan vijftien jaar en/of een handelswaar­de onder de € 3.000,00.

4. Aan verkoop van uw vakantieverblijf met behoud van de plaats zijn kosten verbonden, deze bedragen € 250,00 vaste kosten voor bemiddeling en verkoop, vermeerderd met 5 % van de vraagprijs aan variabele kosten en provisie. Deze kosten heb­ben betrekking op het feit dat u handel drijft op het kampeerbedrijf van de onderne­mer. De verkoopprijs van uw vakan­tieverblijf wordt mede bepaald door de attractiviteit en van de faciliteiten van het kampeerbe­drijf. Tevens zal ’t Haasje recreatiepark bemidde­len om een geschikte koper te werven, door b.v. een foto van uw kampeermiddel op de website te plaatsen, uw kampeermiddel te vermelden op het infokanaal van het park en door potentiële klanten te begeleiden bij het bezichtigen van uw kampeermiddel. Tevens wordt hiervoor een formele verkoopovereen­komst opgesteld.

5. Het is niet toegestaan om op uw vakantiever­blijf een aankondi­ging te hangen met teksten

zo­als: "Te koop” of “Te huur".

 

Artikel 15: Aansprakelijkheid

1. De ondernemer is niet aansprakelijk voor dief­stal, ongevallen of schade op zijn terrein, tenzij dit het gevolg is van een tekort­koming die is toe te rekenen aan de ondernemer of diens personeel.

2. De wettelijke aansprakelijkheid van de onderne­mer zal tenminste het risico omvatten dat redelij­kerwijs door een aansprakelijk­heidsverzeke­ring gedekt kan worden, met een maximum van

€ 1.000.000,00.

3. De ondernemer is bij eventuele relatieproblemen niet aansprake­lijk voor schade welke is ont­staan door onrechtmatig handelen van de partner en/of mede ingeschreven personen van de recreant.

3. De recreant is jegens de ondernemer aansprake­lijk voor schade, in welke vorm dan ook, die wordt veroorzaakt door het doen of (na)laten van hem­zelf, zijn gezinsleden, zijn logés, zijn huis­dieren of door hem toege­laten bezoekers. Let wel, naast de materi­ële schade en immateriële schade betreft het ook schade aan het milieu (bodemver­ontreini­ging) en schade aan derden (mederecreanten).

 

Artikel 16: Gedragsregels:

1. De recreant, zijn gezinsleden, logés of bezoe­kers zijn gehouden de door de ondernemer gestelde gedragsregels na te leven.

2. De recreant wordt geacht het terrein, de gebou­wen en overige faciliteiten zindelijk te gebrui­ken.

Het is niet toegestaan om afval op de grond te gooien, of langs paden of wegen te deponeren, voor een juiste afvalverwerking verwijzen wij u naar punt 10 van de gedragsregels.

3. Bezorg elkaar geen geluidsoverlast. De nacht­rust gaat in om 22.00 uur en duurt tot 07.30 uur.

Ge­luidsappara­tuur (ook die van de auto of ander voertuig) mag niet storend hoorbaar zijn voor de overige recreanten. Privéfeestjes op de staanplaats dienen rekening te houden dat er na 22.00 uur geen storend geluidsoverlast wordt veroorzaakt. U kunt overwegen om uw privéfeestje te vieren in het feestzaaltje bij het centrale horecapand, voor informatie en reservering kunt u terecht bij de receptie.

Ter bevordering van de nachtrust is de ingaande slagboom gesloten van 00.30 tot 07.00 uur. De uitgaande slagboom is wel in bedrijf.

4. Op het kampeerterrein geldt een snelheidslimiet van 10 km per uur. Auto's mogen niet bij de plaats parkeren. Op het autovrije gedeel­te van het kampeerterrein is het verboden voor brom­mers / mo­toren / trike's en soortgelijke voertuigen met in werking zijnde hulpmotor. Onverzekerde voertuigen zijn conform de wettelijke regels niet toegestaan. Let op: ieder voertuig voorzien van een hulpmotor dient apart verzekerd te zijn en valt niet onder de reguliere WA verzekering voor gezinnen. Het is niet toegestaan om auto’s, aanhangwagens en/of andere voertuigen langdurig te parkeren of te stallen.

5. Parkeren, uitsluitend op de daarvoor bestemde gedeelten. Par­keer de auto met enige zorg, zodat deze niet onnodig veel par­keerruimte in beslag neemt.

6. Bij de diverse ingangen van het parkeerterrein naar het kam­peerge­deelte staan bagagewagentjes ter beschikking van de recre­anten. Deze zijn voor iedereen als zodanig te gebruiken en dienen na gebruik meteen teruggeplaatst te worden op de betreffende verzamelplaats. Het is verboden om de bagagewagentjes te zwaar te beladen met materia­len zoals b.v. zand en tegels en om te ge­bruiken als speelwerk­tuig voor kinderen. Het wordt op prijs ge­steld om melding te maken wanneer een bagagewagentje defect is.

7. Huisdieren zijn slechts in beperkte mate en onder bepaalde voor­waarden toegestaan. Honden mogen uitsluitend op het hondenter­reinge­deelte. Huisdieren mogen niet loslopen. Het uitlaten van honden dient te gebeuren buiten het kampeerter­rein, bij onverhoop­te behoefte op het terrein dient de hondenbezitter dit terstond op te ruimen.

8. In verband met de brandveiligheid is open vuur verboden. Ge­bruik van barbecue is toegestaan mits voldoende voorzorgsmaatrege­len zijn getroffen. Eventuele houtkorven en andere vormen van gecontroleerde houtgestookte objecten dienen voorzien te zijn van een vonkenvanger en mogen ten nimmer overlast bezorgen aan de overige parkgasten. Vuurwerk afsteken is ten alle tijden ten strengste verboden.

9. Het is de recreant gedurende de winterperiode (november tot maart) niet toegestaan om (voor)tenten en partytenten te laten staan. De recreant dient zodanig voorzorgsmaatregelen te treffen dat zijn vakan­tiever­blijf en de aanhorigheden op de plaats be­schermd zijn tegen wind en winter­se omstandighe­den.

10. Afvalverwerking:

a.Huishoudelijk afval mag uitsluitend worden afgevoerd in de groenwitte campingvuilniszak.

Deze dient u zelf af te voeren naar één van de negen vuilcontainers die zich verspreid op het park bevinden langs de parkeerstroken.

b.  Glas kunt u kwijt in de glasbak die vlak bij het voetbalveld staat.

De navolgende vuilstromen dient u zelf weg te brengen naar de milieustraat op het park. Hiervoor wordt een vergoeding in rekening gebracht. De milieustraat is geopend op zaterdag, maandag en woensdag van 09.00 tot 12.00 uur. In de milieustraat wordt het afval gesplitst en apart verwerkt, gelieve dit dan ook apart aan te voeren.

c.Groot vuil, zoals oud meubilair, vloerkleden, bouw en sloopafval e.d.

d.Chemisch afval.

e.Snoeihout dient u gedurende het seizoen zelf af te voeren naar de milieustraat. Gedurende de

periode september tot en met het Hemelvaartweekend (meestal in mei) wordt snoeiafval wekelijks opgehaald op de dag na het weekend (meestal 's maan­dags).

f.Bij overig tuinafval dient men onderscheid te maken in bladeren en verteerbaar afval t.o.v. aarde,

zand, graszoden en potgrond. Het verteerbare afval hoort bij snoeiafval. Aarde, zand, potgrond e.d. in overleg met de medewerker van de milieustraat of die van de receptie.

g.Papier en karton in de papiercontainer in de milieustraat.

h.Puin in de puincontainer in de milieustraat.

11. Gasten die een seizoensplaats hebben met een privé sanitair unit worden geacht hier zindelijk mee om te gaan en zijn er zelf verantwoordelijk voor om deze schoon te houden. Het is niet toegestaan om deze anders te gebruiken dan waarvoor ze bedoeld zijn, dus geen opslag voor materialen. Gedurende de periode met vorstgevaar worden de units buiten bedrijf gesteld, gebruik is dan niet toegestaan. Het is niet toegestaan om wijzigingen aan te brengen in de unit, eventuele schade aan de units wordt op de gasten verhaald.

12. Ter voorkoming van veroudering van het stacaravanpark, is het niet toegestaan om een oude stacaravan te plaatsen die het aanzien van het kampeerterrein niet ten goede komt; dit ter beoordeling van de onder­nemer. Als richtlijn wordt gehanteerd een stacaravan ouder dan 15 jaar en/of een handelswaarde onder de € 3.000,00. (zie artikel 14.)

13. De ondernemer of diens personeel is ten alle tijden gerechtigd controle uit te oefenen inzake naleving van de voorwaarden en regle­menten.

14. Respecteer elkaars mening en overtuiging en houdt u aan de aanwij­zingen van de ondernemer of diens personeel.

15. Indien de recreant of ingeschreven personen zich niet gedragen volgens de gestelde regels, is de kampleiding gerechtigd personen voor bepaalde tijd de toegang tot het recreatiepark te ontzeggen. Deze schorsing kan bijvoorbeeld worden toegepast als iemand de goede sfeer op het recreatiepark nadelig beïnvloedt door agressief gedrag.

16. Het belang van huisdieren is ten alle tijden ondergeschikt aan het belang van mensen. Als het huisdier van een recreant structureel overlast veroorzaakt aan mede recreanten, is de kampleiding gerechtigd het huisdier de toegang tot het recreatiepark te ontzeggen.

17. Als de recreant gedurende de overeenkomst van adres wijzigt, hoort hij de kampleiding hiervan binnen 30 dagen op de hoogte te stellen.

 

(uitgave okt.15/reglement 2014)